Hans Jansen
Wij zijn op zoek naar enthousiaste collega’s op alle vestigingen. Bekijk onze vacatures snel!
Nieuwe werkgeversheffing op niet-elektrische auto's vanaf 2027: dit zijn de aandachtspunten
Vanaf 2027 dreigt een nieuwe fiscale maatregel die het rijden van niet-volledig emissieloze auto's van de zaak aanzienlijk duurder maakt voor werkgevers. Het voorstel introduceert een werkgeversheffing van 12% over de cataloguswaarde van een personenauto die niet volledig emissieloos is en aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld. Ook de dga wordt voor deze regeling als werknemer beschouwd.
Wat houdt de regeling in?
De heffing wordt vormgegeven als een (pseudo-)eindheffing in de loonbelasting. Het gaat nadrukkelijk om een werkgeverslast die niet mag worden doorberekend aan de werknemer.
Een rekenvoorbeeld maakt de impact direct duidelijk:
Bij een auto met een cataloguswaarde van € 45.000 bedraagt de extra werkgeverslast € 5.400 per jaar, oftewel € 450 per maand.
Gelukkig bevat het voorstel overgangsrecht. Auto's die uiterlijk in 2026 aan een werknemer ter beschikking worden gesteld, blijven tot en met 16 september 2030 buiten schot. Toch kent de regeling enkele opvallende en mogelijk kostbare aandachtspunten:
1. Vervangend vervoer kan onverwacht duur uitpakken
Stel dat een volledig elektrische auto voor onderhoud naar de garage moet. Krijgt de werknemer tijdelijk een vervangende auto mee die niet volledig elektrisch is, dan kan de werkgeversheffing alsnog van toepassing zijn.
Omdat de regeling per maand afrondt, kan een vervangende auto die slechts enkele weken wordt gebruikt al leiden tot twee maanden heffing. Een praktische oplossing voor tijdelijk vervoer kan daardoor onverwacht fiscale gevolgen hebben. 2. Woon-werkverkeer telt als privégebruik
Een ander opvallend aspect is dat woon-werkverkeer voor deze regeling wordt aangemerkt als privégebruik.
Dat betekent dat de werkgeversheffing ook van toepassing kan zijn wanneer een niet-emissieloze auto uitsluitend wordt gebruikt voor zakelijke ritten en woon-werkverkeer. Van daadwerkelijk privégebruik in de traditionele zin hoeft dus geen sprake te zijn.
3. Wisselen van werkgever? Let op het overgangsrecht
In de praktijk komt het regelmatig voor dat een werknemer van baan wisselt en de leaseauto meeneemt naar de nieuwe werkgever.
Vanaf 2027 wordt dit echter beschouwd als een nieuwe terbeschikkingstelling van de auto. Daardoor vervalt het beroep op het overgangsrecht, ook als de auto oorspronkelijk vóór 2027 in gebruik is genomen. Dit kan leiden tot onverwachte extra kosten voor de nieuwe werkgever.
4. De leverdatum van de auto wordt cruciaal
Werkgevers die momenteel een niet-emissieloze auto hebben besteld, doen er verstandig aan de levering goed in de gaten te houden.
Wordt een auto pas op of na 1 januari 2027 geleverd en aan een werknemer ter beschikking gesteld, dan vervalt het overgangsrecht. Zelfs wanneer de bestelling al ruim daarvoor is geplaatst.
Dat kan betekenen dat een vertraging van slechts enkele dagen grote financiële gevolgen heeft. De vaak aantrekkelijke gedachte om te wachten op een auto met bouwjaar of eerste tenaamstelling 2027 verdient daarom een zorgvuldige heroverweging.
Nog geen gelopen race
De regeling bevat meer aandachtspunten dan hierboven beschreven. Juist de genoemde situaties kunnen echter in de praktijk tot aanzienlijke extra kosten leiden.
Belangrijk om te benadrukken is dat nog niet definitief vaststaat dat deze maatregel per 1 januari 2027 wordt ingevoerd. Toch lijkt de kans op invoering op dit moment aanzienlijk.
Voor veel ondernemers en werkgevers blijft de hoop bestaan dat het voorstel niet wordt doorgezet, of dat de wetgever in ieder geval de meest scherpe en onbedoelde gevolgen van de regeling nog zal verzachten.